(11 oktober 1937 – 8 juli 2026)

Dat Cees zich een plek in de clubhistorie heeft verworven is zeker. Veelal oudere leden zullen nog herinneringen aan hem hebben, vooral als mens en/of trainer, maar toch ook van de bijzondere aankomst als wedstrijdrijder bij de Elfstedentocht van 1985.

Daar is heel wat aan voorafgegaan en we moeten terug naar de tijd dat Cees, telg uit een hecht en sportief gezin, 20 jaar oud was. Hij was werkzaam voor een metaalconstructiebedrijf en leidde een sportief leven met een grote liefde voor voetballen, schaatsen en wielrennen.

Zo was hij lid van een schaatstrainingsgroep van de lokale afdeling van de NVBHS* welke in 1967 als de ‘Hardrijdersclub Haarlem’ verder ging. Een jaar later fuseerde deze club met IJsclub Haarlem en is Cees dus eveneens clublid. Cees trainde onder meer bij het CIOS in Overveen en mocht meedoen met de trainingen van de kernploeg waarin grootheden als Ard Schenk, Kees Verkerk, Jorrit Jorritsma en Peter Nottet trainden.

Op zijn werk kwam hij in contact met de vijf jaar jongere Jan van der Horst en beiden blijken een passie voor wielrennen te hebben. Voor Cees echter werd juist dat wielrennen hem moeilijk gemaakt daar hij bij een ernstig bedrijfsongeval enkele vingers van zijn linkerhand had verloren. Ondanks die handicap bleef Cees een enorme doorzetter. Dat maakte zo’n diepe indruk op Jan dat er een bijzondere sportvriendschap voor het leven ontstond. Cees, de technisch begaafde schaatser en Jan die daar later als wielrenner (Cees had hem zijn eerste fiets verkocht) nog een echte (prof)wieler-carriére aan vastgeknoopt heeft en o.a., in 1966 Olympia’s Tour won. Het geeft een mooi beeld van het sportmilieu waarin Cees zich bevond.

Een aardige anekdote hierbij uit de mond van Jan is deze:
” We maakten van het zware werk een sport. Metalen platen van vier meter lang verplaatsten we in een schaatspas: links, rechts, links, rechts. Het lood dat we moesten tillen gebruikten we als extra krachttraining. Aan de gespierde bovenbenen van Cees zag je wat dat opleverde. Mijn benen bungelden nog wat verloren in de pijpen van mijn werkbroek, maar ik was nog maar net begonnen aan zijn Spartaanse opleiding”.

Toen de IJsclub zijn eerste clubhuis mocht plaatsen, was het ook niet verwonderlijk dat clubman Cees zijn steentje bijdroeg. Ook op foto’s is te zien hoe hij de schooljeugd (van het Wiko) schaatsles geeft. Als de club in 1977 de eerste toerrijders als leden mag verwelkomen is er een trainer nodig.

Cees was vrijgezel en stelde zich beschikbaar. De leden van zijn groep keken met ontzag naar zijn turbo-dijen. Daar sprak een enorme trainingsarbeid uit. Cees, een aimabel man zonder opschepperijen, werd nooit boos en was altijd bereid om voor anderen klaar te staan. Vooral jongeren die nog alles moesten leren heeft hij belangeloos begeleid, opgeleid en gecoacht in wedstrijden en dat deed hij op een menselijke en zachtaardige wijze. Toen de Haarlemse baan in 1979 moest sluiten en het Haarlemse talentje Yvonne van Gennip overwoog om maar met schaatsen te stoppen, mocht dat volgens Cees niet gebeuren en hij nam haar mee naar Alkmaar om daar regelmatig te gaan trainen. In die zin heeft hij toch ook bijgedragen aan haar Olympisch succes.

Als marathonschaatser wilde hij natuurlijk de Elfstedentocht rijden. In 1961 kwam er een kans en haastte de 24-jarige zich naar Leeuwarden om zich in te schrijven. Na urenlang in de rij te hebben gestaan, bleek dat wegens invallende dooi de tocht niet doorging. Twee jaar later probeerde hij het opnieuw. Het was die barre winter van 1963 en Cees zit bij de eerste 20 die na 70 kilometer Stavoren bereikten. Als gevolg van bevriezingsverschijnselen moet hij echter bij Bolsward afstappen. Einde tocht. 22 jaren verstrijken en Cees is 46 wanneer hij er over denkt om te gaan afbouwen. Dan gaat het flink winteren en wil hij het, zeker na die eerdere mislukte pogingen, nogmaals proberen in de tocht van 1985. Dat hij daarbij onbewust historie schreef bleek uit het volgende. Cees was met wedstrijdnr 128 van start gegaan. Op het Slotermeer en wat verderop was hij een paar keer gevallen en voelde dat het met zijn knie niet goed zat. Maar om nu weer af te stappen, dat zou hem toch niet gebeuren en hij verbeet de pijn. Als bij de finish blijkt dat er nog slechts 12 seconden resteren om binnen de tijdslimiet van de winnaar te blijven, glijdt Cees over de streep en stelt het kruisje veilig. NOS verslaggever Evert ten Napel ziet in de verte nr 128 rijden en doet verslag van zijn aankomst. Na het interview zakt Cees van de pijn bijna in elkaar. Verrekte of gescheurde kniebanden was de diagnose en moest hij met een gipsen been naar huis. Thuis in de Indische straat in Haarlem Noord is het net een bloemenzaak. Overal staan bossen bloemen, felicitatiekaarten, er is veel bezoek en een gelukstelegram van de burgemeester mw. Elizabeth Schmitz. Op zijn werk hebben ze hem enkele maanden moeten missen en Cees herstelde zodanig dat hij zelfs in 1986 en 1997 de tocht der tochten nog gereden heeft, maar nu als recreant.

Later werd hij op voordracht van het bestuur door de Algemene Ledenvergadering van de IJclub Haarlem tot Lid van Verdienste benoemd. Hij was intussen gestopt met de (marathon)wedstrijden en sportte nog recreatief, gezellig met de oude vrienden herinneringen ophalen.

Naarmate Cees op weg naar de 90 gaat, begint zijn lichaam hem in de steek te laten. Zijn befaamde turbo-dijen zijn verschrompeld en begin 2026 wordt hij opgenomen in de Janskliniek.

De man met het gouden hart is aan het einde van zijn bijzondere leven.

In oktober zou Cees 89 geworden zijn.
Op vrijdagmiddag 17 juli 2026 zal van hem afscheid worden genomen bij Sterrenheuvel.
Namens bestuur en leden gaan onze condoleances uit naar de familie en verdere nabestaanden. Wij wensen hen veel sterkte bij zijn afscheid.

*) Nederlandse Vereniging tot Bevordering van hardrijden op de Schaats

Lou Hoogewerf  15/07/26

rouwkaart